SHBG te laag: wat die uitslag betekent en waar hij vandaan komt
Een SHBG onder de ondergrens betekent twee dingen tegelijk. Ten eerste dat een groter deel van je testosteron ongebonden rondloopt: bij hetzelfde totaal testosteron valt je vrije testosteron hoger uit. Ten tweede, en dat is in de praktijk het belangrijkste, dat er iets te zien is aan je stofwisseling. SHBG wordt in je lever gemaakt en de aanmaak wordt geremd door insuline en door vetvorming in de levercel. Een lage waarde hoort daarom vaker bij een hoog vetpercentage, een hoge insulinespiegel of een vettige lever dan bij iets wat met je hormonen zelf te maken heeft. De eerste stap is dus niet je testosteron opnieuw beoordelen, maar je HbA1c, je triglyceriden, je ALAT en je GGT ernaast leggen.
Wat SHBG doet
SHBG staat voor sex hormone-binding globulin, een transporteiwit dat in de lever wordt gemaakt en testosteron en oestradiol in je bloedbaan bindt. Van het testosteron in je bloed zit het grootste deel gebonden: een flink deel stevig aan SHBG, de rest losser aan albumine. Wat overblijft is de vrije fractie, en die is klein.
Die verdeling is de reden dat totaal testosteron zonder SHBG een halve meting is. Het getal telt alles bij elkaar op, gebonden en ongebonden, terwijl de gebonden fractie voor je weefsel niet direct beschikbaar is. Twee mannen met hetzelfde totaal testosteron kunnen daarom een heel verschillend vrij testosteron hebben, en welke van de twee zich beter voelt is aan het totaalgetal niet te zien.
Hoe vrij testosteron uit die drie waarden wordt berekend, gaat terug op het werk van Vermeulen en collega's uit 1999: uit totaal testosteron, SHBG en albumine volgt een schatting die in de praktijk goed overeenkomt met de meting via dialyse, mits de drie waarden uit dezelfde afname komen. Vrijwel elke rekenmodule die je online tegenkomt gebruikt die formule. De aannames erin zijn later bijgesteld, onder andere in het overzicht van Goldman en collega's uit 2017, dat liet zien dat de binding tussen testosteron en SHBG ingewikkelder verloopt dan de oorspronkelijke formule veronderstelde. Voor jouw uitslag maakt dat weinig verschil in richting en wel iets in exacte hoogte. Gebruik de berekening dus om je eigen metingen over tijd te vergelijken, en niet om een discussie over de derde decimaal te voeren.
Waarom je vrije testosteron omhoog gaat
Minder transporteiwit betekent minder bindingsplaatsen, en dus een groter aandeel ongebonden testosteron. Iemand met een lage SHBG en een totaal testosteron in de onderste helft van het referentiebereik heeft vaak een volstrekt normaal vrij testosteron, en dat verklaart waarom hij zich niet voelt zoals dat lage totaalgetal suggereert.
Dat werkt ook de andere kant op. Wie een lage SHBG heeft en een totaal testosteron in de bovenste helft, kan een vrij testosteron boven het bereik uitkomen. In dat geval loont het om oestradiol erbij te betrekken, want SHBG bindt ook oestradiol, en dezelfde verschuiving speelt daar.
Waar het bij interpretatie misgaat is de aanname dat een laag transporteiwit op zichzelf klachten geeft. SHBG is geen hormoon waar je iets van merkt. Het is een eiwit dat de verdeling regelt, en de klachtenvraag gaat over wat er vrij beschikbaar is. Welke waarden er verder in een bruikbaar hormoonblok horen, staat in bloedwaarden bij bodybuilding.
Waar een lage SHBG vandaan komt
De aanmaak in de levercel wordt door een handvol dingen geregeld, en insuline is daarvan de bekendste. Een chronisch hoge insulinespiegel remt de productie. Dat is de route waarlangs overgewicht, een hoog vetpercentage en verminderde insulinegevoeligheid je SHBG omlaag duwen.
Het mechanisme daarachter is preciezer uitgezocht dan je zou verwachten. Selva en collega's lieten in 2007 in menselijke levercellen zien dat het niet insuline zelf is die het SHBG-gen uitzet, maar de vetvorming die erop volgt. Glucose en fructose zetten in de levercel de aanmaak van vetzuren aan, en die vetvorming verlaagt de hoeveelheid HNF-4α, de schakelaar die het SHBG-gen aanstuurt. Minder schakelaar, minder SHBG. Fructose was daarin het krachtigst, en dat sluit aan op wat er bij leververvetting wordt gezien.
Dat verklaart de waarnemingen eromheen: waarom SHBG zakt bij een groeiend vetpercentage, waarom het zakt bij een vettige lever ook zonder overgewicht, en waarom het bij gewichtsverlies weer stijgt. Simó en collega's brachten in 2015 in Trends in Endocrinology and Metabolism bij elkaar wat er over die regulatie bekend is, met dezelfde conclusie: SHBG gedraagt zich als een afspiegeling van de toestand van de lever, en niet als een hormoon dat door de hersenen wordt bijgesteld.
Daarnaast verlagen androgenen de SHBG-productie, en dat effect is stevig. Iemand die testosteron of een verwant middel toedient, ziet zijn SHBG dalen, en daarmee verandert de verhouding tussen totaal en vrij testosteron zodanig dat een uitslag zonder SHBG niet meer te lezen is. Wat er verder in het lichaam verschuift, zonder schema's en zonder aanbevelingen, staat op onze pagina over anabolen en gezondheid. Een trage schildklier verlaagt SHBG ook, net als groeihormoon en corticosteroïden. Verder is er een genetische spreiding: een deel van de mensen zit van nature laag zonder dat er iets aan de hand is, en dat zie je aan een lage waarde die over jaren stabiel blijft terwijl vetpercentage, HbA1c en leverwaarden netjes zijn.
Wat we bij intakes zien. Bij de atleten die bij ons binnenkomen met een SHBG onder de ondergrens is het vetpercentage vrijwel altijd het eerste dat opvalt, en bij ruwweg de helft staan de triglyceriden of het ALAT er tegelijk boven de bovengrens. Bij de atleten bij wie we een opbouwperiode netjes afsluiten en het vetpercentage over een aantal maanden terugbrengen, komt SHBG bij het merendeel weer binnen het bereik, zonder dat er aan de hormonen zelf iets is gedaan. Daar is één uitzondering op: wie androgenen gebruikt, ziet die stijging niet, want dan houdt het middel de waarde omlaag.
De aanwijzing die er werkelijk toe doet
Als SHBG meebeweegt met je insulinegevoeligheid, dan is een lage waarde een vroeg signaal. Dat is ook precies wat er in bevolkingsonderzoek wordt gevonden. In de publicatie van Ding en collega's uit 2009 in de New England Journal of Medicine werd bij mannen en vrouwen SHBG gemeten en werd jaren later gekeken wie diabetes type 2 had ontwikkeld. Wie hoog zat op SHBG had een aanzienlijk kleiner risico dan wie laag zat, en dat verband bleef staan na correctie voor onder andere lichaamsgewicht. In dezelfde publicatie werd bovendien een genetische analyse gedaan die dezelfde richting opwees, wat het lastiger maakt om SHBG af te doen als een getal dat alleen maar met vetmassa meeloopt.
Voor jou als atleet is de praktische lezing hiervan simpel. Een lage SHBG is geen reden om je hormonen te laten behandelen. Het is een reden om je stofwisselingsblok serieus te nemen: nuchtere glucose, HbA1c, nuchter insuline als het kan, triglyceriden ten opzichte van HDL, en de leverwaarden ALAT en GGT. Zie je daar meerdere waarden schuiven in dezelfde richting, dan heb je een patroon en niet een losse afwijking. De volledige uitleg per waarde staat op onze pagina over bloedonderzoek voor sporters.
Meet zo dat het getal iets betekent
SHBG beweegt langzamer dan testosteron en is minder gevoelig voor het tijdstip van prikken, maar de omstandigheden doen nog steeds mee.
- Prik totaal testosteron, SHBG en albumine in dezelfde afname. Zonder alle drie is vrij testosteron niet te berekenen, en een SHBG zonder totaal testosteron ernaast is nauwelijks te plaatsen.
- 's Ochtends en nuchter, tussen zeven en tien uur. Dat is vooral voor testosteron nodig, en omdat het uit dezelfde afname moet komen geldt het ook hier.
- Minstens 72 uur na een zware sessie. Niet voor SHBG zelf, maar voor de leverwaarden en het CK waar je de uitslag naast legt.
- Noteer je fase. Een streng calorietekort duwt SHBG omhoog en een lange opbouwperiode met een stijgend vetpercentage duwt hem omlaag. Vergelijk een uitslag daarom met een uitslag uit een vergelijkbare fase.
- Hetzelfde lab. Referentiebereiken en meetmethodes verschillen, en bij een eiwitmeting telt dat verschil door in de berekening van vrij testosteron.
- Herhaal voor je conclusies trekt. Één waarde net onder de ondergrens is geen bevinding. Twee metingen die maanden uit elkaar liggen en dezelfde kant op wijzen, zijn dat wel.
Wat je eraan doet
Omdat SHBG de toestand van je lever en je insulinegevoeligheid weerspiegelt, gaat wat je eraan doet daar ook over. Vetpercentage terugbrengen is het middel met het meeste effect, en dat is bij de meeste atleten met een lage SHBG ook het punt waar hun eigen gegevens al naar wezen. Hoe je dat doet zonder spiermassa in te leveren staat in onze gids over droogtrainen; waarom een opbouwperiode een einde hoort te hebben staat bij spiermassa opbouwen.
Daarnaast telt waar je koolhydraten vandaan komen, met name de hoeveelheid fructose uit frisdrank en vruchtensap, omdat dat de route is die in het onderzoek van Selva het sterkst op de levercel inwerkt. Krachttraining en dagelijkse beweging verbeteren de insulinegevoeligheid los van gewichtsverlies, en dat werkt dezelfde kant op. Alcohol belast de lever en hoort in dit rijtje ook thuis.
Waar het ophoudt: een SHBG die laag blijft terwijl je vetpercentage, HbA1c en leverwaarden in orde zijn, en die over jaren stabiel is, hoort bij jou. Daar valt niets te repareren. En een lage SHBG naast leverwaarden die verhoogd blijven, is een onderwerp voor een arts en niet voor een coach.
Wat een lage SHBG niet is
Het is geen testosterontekort. Een lage SHBG duwt je vrije testosteron omhoog, dus als je klachten hebt die op een tekort lijken, dan komen die niet van je SHBG.
Het is ook geen reden om je totaal testosteron mooier te rekenen. Wie zijn lage totaalwaarde wegredeneert met een gunstig vrij testosteron, slaat de vraag over waarom de aanmaak zo laag ligt. LH en FSH horen daar dan bij.
En het is geen los getal. SHBG betekent iets in combinatie met totaal testosteron, albumine, je glucosehuishouding en je leverwaarden. Los geprikt en los beoordeeld vertelt de waarde je vooral dat je de rest nog niet hebt gemeten.
Een uitslag die je niet kunt plaatsen?
Bij New Breed leggen we je bloedwerk naast je trainingsbelasting, je dieetfase en je logboek, en zeggen we welke waarden bij jouw situatie horen en welke aandacht verdienen. Waar het medisch wordt, sturen we door.
Bronnen
- Vermeulen A, Verdonck L, Kaufman JM. A critical evaluation of simple methods for the estimation of free testosterone in serum. J Clin Endocrinol Metab. 1999;84(10):3666-3672. PMID 10523012
- Selva DM, Hogeveen KN, Innis SM, Hammond GL. Monosaccharide-induced lipogenesis regulates the human hepatic sex hormone-binding globulin gene. J Clin Invest. 2007;117(12):3979-3987. PMID 17992261
- Ding EL, Song Y, Manson JE, et al. Sex hormone-binding globulin and risk of type 2 diabetes in women and men. N Engl J Med. 2009;361(12):1152-1163. PMID 19657112
- Goldman AL, Bhasin S, Wu FCW, Krishna M, Matsumoto AM, Jasuja R. A reappraisal of testosterone's binding in circulation: physiological and clinical implications. Endocr Rev. 2017;38(4). PMID 28673039
- Simo R, Saez-Lopez C, Barbosa-Desongles A, Hernandez C, Selva DM. Novel insights in SHBG regulation and clinical implications. Trends Endocrinol Metab. 2015;26(7). PMID 26044465
Over de auteur
Shandor de Prouw, Oprichter en hoofdcoach, New Breed Coaching. Meer over het team.