Bloedwaarden bij bodybuilding: wat je laat prikken en wat het betekent
Een bruikbaar bloedpanel voor een bodybuilder bevat minimaal: een volledig bloedbeeld met hemoglobine en hematocriet, nierwaarden (creatinine, ureum, eGFR), leverwaarden (ASAT, ALAT, GGT), CK, een lipidenprofiel, nuchtere glucose en HbA1c, ferritine, vitamine D, schildklier (TSH en vrij T4) en het hormoonblok testosteron, SHBG, LH, FSH en oestradiol. Prik nuchter, in de ochtend, en minstens 72 uur na een zware sessie. Twee keer per jaar is voor de meeste atleten genoeg. En het belangrijkste: je beoordeelt de uitslag tegen je eigen vorige meting, niet alleen tegen de referentiewaarden van het lab.
Dat laatste is waar de meeste mensen de mist in gaan. Een bloeduitslag is geen rapportcijfer met een groene en een rode kolom. Het is een momentopname van een systeem dat op jouw training, jouw voeding en jouw slaap reageert, en die opname wordt pas informatie als je er een tweede naast kunt leggen.
Waarom een standaardpanel te weinig zegt
Wie bij de huisarts komt met de vraag om bloedonderzoek krijgt meestal een klein pakket: hemoglobine, glucose, nierfunctie, soms de schildklier en het cholesterol. Dat pakket is gebouwd om ziekte op te sporen bij iemand met klachten. Het is niet gebouwd om te zien of iemand die vijf keer per week traint genoeg herstelt.
Twee dingen ontbreken er structureel. Het hormoonblok wordt zelden aangevraagd zonder duidelijke klacht, en als het wordt aangevraagd staat er vaak alleen totaal testosteron op, zonder SHBG. Daarnaast ontbreken de waarden die iets zeggen over je belasting: CK, ferritine, vitamine D, hs-CRP.
Er is nog een derde probleem, en dat is het lastigst uit te leggen. De referentiewaarden van een lab zijn opgesteld op een doorsnee van de bevolking. Dat is geen gezondheidsnorm en geen optimum: het is het bereik waarbinnen 95 procent van een groep mensen valt die grotendeels niet traint, niet let op wat hij eet en gemiddeld te weinig beweegt. Onderaan dat bereik zitten met een waarde die nog net groen is, betekent niet dat er niets te verbeteren valt.
Wat we bij intakes zien. Van de atleten die bij ons binnenkomen met een recente uitslag van de huisarts heeft ruwweg de helft geen SHBG laten meten, en vrijwel niemand heeft ferritine of vitamine D op papier staan. Bij degenen die klagen over energie en herstel zit de verklaring in ongeveer een derde van de gevallen in ijzer of vitamine D, dus in precies de twee waarden die niet zijn geprikt.
Het panel dat wij aanhouden
Dit is de indeling waarmee we werken. Per blok staat waar het over gaat en waarom een krachtsporter het wil weten.
| Blok | Waarden | Waarom |
|---|---|---|
| Bloedbeeld | Hb, hematocriet, erytrocyten, leukocyten, trombocyten | zuurstoftransport, bloeddikte, tekenen van infectie |
| Nier | creatinine, ureum, eGFR, cystatine C | filtratie; creatinine alleen misleidt bij spiermassa |
| Lever | ASAT, ALAT, GGT, bilirubine | GGT scheidt lever van spier |
| Spierbelasting | CK | hoe zwaar de laatste sessies waren |
| Hormonen | totaal testosteron, SHBG, LH, FSH, oestradiol, prolactine | herstel, libido, stemming, spieropbouw |
| Schildklier | TSH, vrij T4, vrij T3 | zakt tijdens langdurig droogtrainen |
| Stofwisseling | nuchtere glucose, HbA1c, insuline | gevoeligheid voor koolhydraten over tijd |
| Vetten | totaal cholesterol, LDL, HDL, triglyceriden, ApoB | hart- en vaatrisico op de lange termijn |
| Voorraden | ferritine, ijzer, transferrine, vitamine D, vitamine B12, foliumzuur | energie, herstel, botsterkte |
| Ontsteking | hs-CRP | onderscheidt trainingsbelasting van iets anders |
Wat je daarvan werkelijk nodig hebt hangt af van je situatie. Iemand van 22 die drie jaar traint en zich prima voelt heeft geen cystatine C nodig. Iemand van 40 die klaagt over energie, libido en herstel wil het hormoonblok compleet hebben. De volledige uitleg per waarde staat op onze pagina over bloedonderzoek voor sporters.
Waarden die bij krachtsporters standaard afwijken
Dit is het deel dat de meeste onnodige paniek voorkomt. Vier waarden staan bij iemand die hard traint regelmatig buiten het referentiebereik zonder dat er iets aan de hand is.
CK, het meest afwijkende getal op je uitslag
Creatinekinase lekt uit spiercellen na mechanische belasting. Na een zware beensessie kan de waarde een veelvoud van de bovengrens bereiken, en dat is bij een gezonde getrainde man een normale reactie op een normale prikkel. Een hoog CK betekent dat je spieren belast zijn, meer niet.
Het wordt pas een verhaal als CK extreem hoog is en er klachten bij horen: donkere urine, extreme zwelling, spierpijn die niet in verhouding staat tot wat je hebt gedaan. Dat hoort bij een arts en niet bij een coach.
Praktisch gevolg: prik minstens 72 uur na je laatste zware sessie. Doe je dat niet, dan zit er ruis in je CK, je ASAT en soms je creatinine, en kun je die drie waarden dat halfjaar niet vergelijken met de vorige keer.
ASAT en ALAT, en waarom je lever meestal niets mankeert
ASAT en ALAT heten leverwaarden, maar ze komen ook uit skeletspier. Bij krachttraining lekken ze mee met CK, en dan staat er op je uitslag een leverprofiel dat er onrustig uitziet terwijl je lever gewoon zijn werk doet.
Dit is netjes uitgezocht. In de studie van Pettersson en collega's uit 2008 deed een groep gezonde mannen zonder trainingservaring een intensieve krachttraining. Daarna stegen ASAT en ALAT tot ver boven de bovengrens en bleven ze dagenlang verhoogd, samen met CK en myoglobine. Bij een deel van de mannen waren de waarden een week later nog niet terug. Er was geen enkele aanwijzing voor leverschade: de waarden die specifiek uit de lever komen, zoals GGT en bilirubine, bewogen niet mee.
Daar heb je meteen het gereedschap om het onderscheid te maken. Zijn ASAT en ALAT verhoogd terwijl GGT en bilirubine normaal zijn en CK hoog staat, dan kijk je naar spier. Loopt GGT wel mee omhoog, dan gaat het om je lever, en dan hebben alcohol, medicijngebruik, overgewicht of een leververvetting meer verklarende waarde dan je training.
Creatinine, en de valstrik die creatine heet
Creatinine is een afbraakproduct van creatine uit je spieren. Hoe meer spiermassa je hebt, hoe meer creatinine je per dag produceert, en hoe hoger je serumwaarde bij precies dezelfde nierfunctie. Een bodybuilder van honderd kilo met een creatinine net boven de bovengrens heeft daarmee geen aanwijzing voor nierschade; hij heeft spiermassa.
Daar komt het supplement bovenop. Dagelijks creatine gebruiken verhoogt de hoeveelheid creatine in je spieren en daarmee de hoeveelheid creatinine in je bloed. De overzichtspublicatie van Antonio en collega's uit 2021 behandelt precies dit misverstand: de stijging van serumcreatinine bij creatinegebruik weerspiegelt het metabolisme van het supplement en is bij gezonde mensen geen teken van nierschade. Het probleem is dat de eGFR die het lab berekent op creatinine is gebaseerd, waardoor je nierfunctie op papier slechter lijkt dan hij is.
Vermoed je dat dit speelt, dan vraag je cystatine C erbij. Die waarde hangt niet van spiermassa af en geeft een eerlijker beeld van je filtratie. Wat creatine wel en niet doet, staat verder uitgewerkt bij onze supplementen.
Hematocriet en hemoglobine
Hematocriet is het aandeel van je bloedvolume dat uit rode bloedcellen bestaat. Dat getal beweegt om twee redenen, en die twee wil je uit elkaar houden.
De eerste is je vochtstatus. Prik je uitgedroogd, na een sauna, na een zware sessie of aan het eind van een cut waarin je vochtinname laag lag, dan is je plasmavolume kleiner en staat je hematocriet kunstmatig hoog. Dat is een meetfout in de omstandigheden en geen bevinding.
De tweede is een werkelijke toename van je rode bloedcellen. Dat gebeurt bij hoogtestage, bij slaapapneu, bij roken, en bij het gebruik van middelen die de aanmaak van rode bloedcellen stimuleren. Blijft je hematocriet over meerdere metingen boven de bovengrens staan terwijl je goed gedronken had, dan hoort daar een arts naar te kijken. Een dikker bloed verhoogt het risico op stolsels, en dat is het soort risico dat je niet met een schema oplost. Hoe je die twee redenen bij een verhoogde uitslag uit elkaar houdt, staat stap voor stap in hematocriet te hoog als sporter.
Voor wie prestatiebevorderende middelen gebruikt of overweegt is dit een van de belangrijkste waarden om in de gaten te houden, samen met je lipiden en je bloeddruk. Wat daar fysiologisch gebeurt, zonder schema's en zonder aanbevelingen, staat op onze pagina over anabolen en gezondheid.
Het hormoonblok: één getal is geen antwoord
Totaal testosteron alleen laten prikken is de meest voorkomende halve meting. Het grootste deel van je testosteron zit gebonden aan SHBG en albumine en is in die vorm niet beschikbaar voor je weefsel. Twee mannen met exact hetzelfde totaal testosteron kunnen een heel verschillende hoeveelheid vrij testosteron hebben, puur doordat hun SHBG verschilt.
Vraag daarom altijd totaal testosteron, SHBG en albumine samen aan. Daarmee is vrij testosteron te berekenen, en dat getal sluit beter aan bij wat je merkt: libido, herstel, stemming, trainingszin. Een laag SHBG hoort bij insulineresistentie, overgewicht en een hoge koolhydraatinname; een hoog SHBG bij een streng calorietekort, veel duurtraining en een schildklier die harder loopt.
LH en FSH horen erbij omdat ze aangeven waar een laag testosteron vandaan komt. Lage waarden bij een laag testosteron wijzen naar de aansturing vanuit de hersenen. Hoge waarden bij een laag testosteron wijzen naar de teelbal zelf. Dat onderscheid bepaalt wat er verder onderzocht wordt, en dat is werk voor een arts.
Het tijdstip van prikken is niet vrijblijvend
Testosteron kent een dagritme met de hoogste waarden in de ochtend. Dat verschil is groot genoeg om een uitslag van kleur te laten verschieten. In het onderzoek van Brambilla en collega's uit 2009 werd bij dezelfde mannen 's ochtends en later op de dag geprikt; de latere metingen lagen duidelijk lager, en dat verschil was groot genoeg om mannen die 's ochtends binnen het normale bereik vielen bij een middagmeting onder de ondergrens te laten uitkomen. Bij oudere mannen was het dagritme vlakker dan bij jonge mannen.
Praktisch: prik tussen zeven en tien uur 's ochtends, nuchter, en doe dat elke keer op ongeveer hetzelfde tijdstip. Een tweede voorwaarde die net zo vaak wordt vergeten: één meting van testosteron zegt weinig, omdat de waarde ook van dag tot dag schommelt. Wijkt een uitslag af, dan is de eerste stap herhalen en niet handelen.
Schildklier tijdens een cut
TSH, vrij T4 en vrij T3 zeggen iets over hoe hard je stofwisseling loopt. Bij een langdurig calorietekort zakt vrij T3 vrijwel altijd, en dat is een normale aanpassing aan minder energie en niet een schildklier die stuk gaat. Het verklaart wel waarom je het koud hebt, minder beweegt en trager herstelt naarmate een cut vordert. Zie je dit terug in je uitslag terwijl je aan het droogtrainen bent, dan is dat een teken dat de duur of de diepte van je tekort aandacht verdient; hoe we dat aanpakken staat in onze gids over droogtrainen.
Voorraden: ijzer, vitamine D en B12
Ferritine is je ijzervoorraad, en dat is de waarde die je wil zien voordat je hemoglobine gaat zakken. Iemand kan een keurig hemoglobine hebben en tegelijk een ferritine op de bodem, met vermoeidheid en slecht herstel als gevolg. Bij vrouwen die zwaar trainen komt dit vaak voor; bij mannen is een laag ferritine ongebruikelijk genoeg om verder te kijken, want er hoort een oorzaak bij.
Let op dat ferritine ook een ontstekingseiwit is. Een infectie of een periode van zware belasting duwt de waarde omhoog en kan een tekort maskeren. Daarom prik je ferritine samen met hs-CRP en beoordeel je ze naast elkaar.
Vitamine D is de andere waarde die je in Nederland standaard laat meten. Farrokhyar en collega's brachten in 2015 in een meta-analyse van 23 onderzoeken samen wat de vitamine D-status van sporters is: over alle onderzochte groepen had bijna de helft van de atleten een tekort of een te lage waarde, en dat percentage lag in de wintermaanden en op hogere breedtegraden hoger. Nederland is een hoge breedtegraad, en wie binnen traint komt maanden achtereen nauwelijks in de zon.
Vitamine B12 is relevant bij iedereen die weinig of geen dierlijke producten eet. Een tekort komt traag opzetten en geeft klachten die makkelijk aan training worden toegeschreven: vermoeidheid, tintelingen, slechte concentratie.
Voor alle drie geldt hetzelfde: aanvullen doe je op basis van een gemeten tekort en in overleg met je arts, en daarna prik je opnieuw om te zien of het gewerkt heeft. Aanvullen zonder meting is gokken, en bij ijzer is het bovendien niet zonder risico.
Stofwisseling en vetten
Nuchtere glucose zegt weinig op zichzelf. HbA1c is nuttiger, omdat het het gemiddelde over de voorgaande twee tot drie maanden weergeeft en niet gevoelig is voor wat je gisteren at. Zie je HbA1c over de jaren omhoog kruipen terwijl je vetpercentage stijgt, dan is dat de vroegste bruikbare waarschuwing die je krijgt.
Bij de vetten is LDL het getal waar de meeste aandacht naartoe gaat, terwijl ApoB nauwkeuriger is: het telt het werkelijke aantal deeltjes dat zich in je vaatwand kan nestelen. Vraag het erbij als het kan.
Twee dingen verschuiven dit blok voorspelbaar. Een groot calorieoverschot met veel verzadigd vet drukt je waarden de verkeerde kant op, en dat is een van de redenen waarom we een opbouwperiode niet eindeloos laten doorlopen. Gebruik van prestatiebevorderende middelen doet hetzelfde, meestal harder en sneller, waarbij vooral HDL onderuit gaat.
Hoe je meet zodat de uitslag iets betekent
De omstandigheden bepalen een groot deel van je uitslag. Houd ze constant, dan meet je jezelf en niet je week.
- Nuchter, in de ochtend. Acht tot twaalf uur niet gegeten, water mag. Tussen zeven en tien uur voor het hormoonblok.
- Minstens 72 uur na een zware sessie. Voor CK, ASAT en creatinine is dit het verschil tussen een bruikbare en een onbruikbare meting.
- Goed gedronken. Uitgedroogd prikken verhoogt je hematocriet, je hemoglobine en je eiwitwaarden allemaal tegelijk.
- Geen alcohol in de 48 uur ervoor en geen ongewone maaltijd de avond ervoor.
- Hetzelfde lab, elke keer. Referentiebereiken en meetmethodes verschillen per lab; twee uitslagen van twee labs zijn moeilijk te vergelijken, zeker bij hormonen.
- Noteer de omstandigheden. Gewicht, fase (opbouw of cut), supplementen, hoe je week eruitzag. Zonder die context is een uitslag over een jaar een los getal.
Hoe vaak je prikt
Twee keer per jaar is voor een gezonde atleet zonder klachten een verstandig ritme. Dan zie je een trend en heb je een basislijn liggen voor het moment dat er wel iets is.
Vaker meten is zinvol op vier momenten: aan het begin en aan het eind van een lange cut, wanneer je klachten hebt die je niet kunt verklaren, wanneer je een tekort aan het aanvullen bent, en wanneer er iets in je fysiologie verandert dat je bewust hebt ingezet. Dan meet je vooraf, zodat je weet waar je vandaan komt, en daarna met vaste tussenpozen.
Minder dan één keer per jaar meten heeft weinig zin. Dan zijn de twee uitslagen zo ver uit elkaar gegroeid dat je niet meer kunt zeggen wat het verschil heeft veroorzaakt.
Wat je met een afwijkende waarde doet
Eerst: herhalen. Een enkele afwijking kan een meetfout zijn, een gevolg van de dag ervoor of van het tijdstip van prikken. Bij een waarde die er echt toe doet is de eerste stap opnieuw meten onder nette omstandigheden.
Daarna: kijken of het patroon klopt. Losse waarden zeggen weinig, combinaties zeggen veel. ASAT hoog met CK hoog en GGT normaal is een spierverhaal. Ferritine laag met hs-CRP normaal is een voorraadverhaal. Vrij T3 laag tijdens week veertien van een cut is een energieverhaal.
En daarna: een arts. Wij zijn coaches. We lezen bloedwerk om te weten waar we onze training en voeding op moeten aanpassen, en we sturen door zodra een waarde buiten dat gebied valt. Een afwijking in nierfunctie, in bloedbeeld of in leverwaarden die niet uit spier komt, hoort bij iemand met een medische opleiding en niet bij een trainingsschema.
Wat bloedwerk niet doet
Bloedwerk vervangt je logboek niet. Het vertelt je niet of je genoeg volume draait, of je dicht genoeg bij falen traint en of je progressie boekt; daar heb je je eigen cijfers voor. Sta je stil, dan loop je eerst de vier trainingscijfers na uit trainingsplateau doorbreken. Pas als die kloppen en je nog steeds vastzit, wordt bloedonderzoek een logische volgende stap.
Het is ook geen garantie. Een panel dat er goed uitziet betekent dat op deze waarden, op dit moment, niets afwijkt. Het sluit niets uit wat niet gemeten is, en het is geen vrijbrief.
Wat het wel doet is de blinde vlekken wegnemen. Een ferritine op de bodem, een vitamine D die al maanden te laag staat, een schildklier die is meegezakt met een te lange cut, een SHBG dat verklaart waarom je testosteron op papier klopt en jij je niet zo voelt: dat zijn dingen die je met geen enkele hoeveelheid discipline had kunnen raden. Hoe wij zo'n uitslag doorlopen staat op de pagina over bloedonderzoek voor sporters.
Je uitslag laten doorlopen door iemand die er dagelijks naar kijkt?
Bij New Breed leggen we je bloedwerk naast je logboek, je gewicht en je voeding, en zeggen we welke waarden bij jouw training horen en welke aandacht verdienen. Waar het medisch wordt, sturen we door.
Bronnen
- Pettersson J, Hindorf U, Persson P, et al. Muscular exercise can cause highly pathological liver function tests in healthy men. Br J Clin Pharmacol. 2008;65(2):253-259. PMID 17764474
- Antonio J, Candow DG, Forbes SC, et al. Common questions and misconceptions about creatine supplementation: what does the scientific evidence really show? J Int Soc Sports Nutr. 2021;18(1):13. PMID 33557850
- Brambilla DJ, Matsumoto AM, Araujo AB, McKinlay JB. The effect of diurnal variation on clinical measurement of serum testosterone and other sex hormone levels in men. J Clin Endocrinol Metab. 2009;94(3):907-913. PMID 19088162
- Farrokhyar F, Tabasinejad R, Dao D, et al. Prevalence of vitamin D inadequacy in athletes: a systematic-review and meta-analysis. Sports Med. 2015;45(3):365-378. PMID 25277808
Over de auteur
Shandor de Prouw, Oprichter en hoofdcoach, New Breed Coaching. Meer over het team.