Schildklierwaarden tijdens diëten: waarom je T3 zakt en je TSH normaal blijft

Shandor de Prouw8 min lezen

Tijdens een energietekort zakt je vrije T3, stijgt je reverse T3, en blijven je TSH en je vrije T4 meestal binnen de referentiewaarden van het lab. Dat beeld heet een laag-T3-patroon, en het is een aanpassing aan de hoeveelheid energie die binnenkomt. Het verschijnt binnen dagen tot weken nadat je inname onder je verbruik zakt, en het trekt weg zodra je structureel meer eet. Een schildklierpanel dat in week twaalf van een cut is geprikt zegt daarom vooral iets over je dieet en bijna niets over je schildklier. Wil je weten of er werkelijk iets aan de hand is, laat dan prikken voordat de cut begint, of een paar weken nadat je weer op onderhoud eet, en vraag TSH en vrij T4 aan. Een verhoogde TSH met een lage vrije T4 is een ander patroon en hoort bij je huisarts.

Wat er in een tekort met je schildklier gebeurt

Je schildklier maakt voornamelijk T4, een voorraadvorm die in je lever, nieren en spieren wordt omgezet naar T3. T3 is de vorm die aan de receptor bindt en je ruststofwisseling mede bepaalt. Die omzetting is de plek waar een dieet ingrijpt: het enzym dat T4 naar T3 omzet wordt minder actief, terwijl een ander enzym meer T4 omzet naar reverse T3, een vorm zonder werking.

Het gevolg is een uitslag die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt. De schildklier zelf doet niets verkeerd en je hypofyse ziet geen reden om harder te sturen, dus je TSH blijft binnen de marges of zakt licht. Je vrije T4 blijft op niveau, want die productie loopt door. Alleen het eindproduct is lager, en dat is precies wat het lichaam in een tekort probeert te bereiken: een lagere stofwisseling betekent een kleiner energieverbruik, en dus een langzamer verlies van reserves.

Een primaire schildklieraandoening geeft een ander patroon. Bij een trage schildklier door aandoening van het orgaan zelf stijgt je TSH, omdat je hypofyse harder vraagt om productie die niet komt, en zakt je vrije T4 mee. Dat is het verschil waar een uitslag op te lezen is.

WaardeTijdens een energietekortBij een trage schildklier
TSHnormaal of licht verlaagdverhoogd
Vrij T4normaal, soms onderkantverlaagd
Vrij T3verlaagdverlaagd
Reverse T3verhoogdniet kenmerkend

In beide kolommen staat een lage T3, en daar gaat het meestal mis bij het lezen van een uitslag. Een lage T3 op zichzelf wijst niets aan. Wat de uitslag betekent, hangt aan de TSH en de vrije T4 ernaast, en aan de vraag of je op dat moment in een tekort zat.

Wat we in onze eigen panels zien. Bij de atleten die we halverwege een contestvoorbereiding prikken, staat de vrije T3 vaak onder of net op de ondergrens van het lab, terwijl TSH en vrije T4 er normaal bij staan. Dat beeld komt bij ons zo consistent terug dat we het bij een lopende cut niet langer als bevinding opschrijven. De uitslagen die er werkelijk uit springen zijn de andere twee: een atleet met een verhoogde TSH die er al stond voordat het dieet begon, en een atleet met klachten die na acht weken op onderhoud niet zijn weggetrokken. In die twee gevallen gaat er een verwijzing naar de huisarts mee. Wat we daarnaast zien, is dat deze uitslag vrijwel altijd wordt aangevraagd op het verkeerde moment: iemand voelt zich in week veertien van een cut leeg, laat dan prikken, en leest in een lage T3 de verklaring voor een vermoeidheid die uit het tekort zelf komt.

Vanaf welk tekort je T3 zakt

De drempel is beter onderzocht dan je zou verwachten. Loucks en Heath zetten in 1994 sportende vrouwen vier dagen op verschillende niveaus van energiebeschikbaarheid, oftewel de inname min wat de training verbruikt, uitgedrukt per kilo vetvrije massa. In de groepen met de laagste beschikbaarheid zakte de T3; in de groepen daarboven bleef hij staan. De auteurs leggen de drempel rond de dertig kilocalorieën per kilo vetvrije massa per dag, en de omslag trad op binnen vier dagen.

Twee dingen zijn daaraan praktisch. Het eerste is het tijdsbestek. Vier dagen is korter dan de meeste mensen aannemen, en het betekent dat een zwaar weekend met veel cardio en weinig eten al genoeg is om deze waarde te laten bewegen. Het tweede is de noemer. Het gaat om wat er na de training overblijft, niet om je totale inname. Een atleet die op zijn inname blijft zitten en zijn cardio verdubbelt, zakt onder dezelfde drempel als iemand die zijn eten verlaagt.

Dat verklaart ook waarom dit vaker bij het einde van een cut speelt dan bij het begin. Hoe langer een dieet loopt, hoe meer er aan beweging bij komt en hoe lager de inname staat, en die twee tellen in dezelfde richting op. Hoe je het tekort instelt zonder op dat punt uit te komen, staat in hoeveel calorieën tekort je voor vetverlies nodig hebt.

Wat een lagere T3 met je cut doet

De schildklierwaarden zijn één onderdeel van een bredere aanpassing. Het overzicht van Trexler en collega's uit 2014 over metabole aanpassing bij atleten brengt die onderdelen samen: een ruststofwisseling die verder zakt dan het verlies aan massa verklaart, een lagere leptinespiegel, minder onbewuste beweging over de dag, en een verschuiving in de schildklierwaarden. Die onderdelen hangen met elkaar samen en ze bewegen allemaal dezelfde kant op, waardoor het tekort dat je op papier instelt in de praktijk kleiner uitpakt dan bedoeld.

Daar volgt een voorspelling uit die je in je eigen cijfers kunt nakijken. Ergens na een aantal weken dieet gaat je gewichtsverlies trager dan je inname voorspelt, terwijl je niets hebt veranderd. Dat is geen meetfout en geen gebrek aan discipline. Het is het verschil tussen je oorspronkelijke verbruik en je huidige verbruik, en dat verschil groeit zolang het tekort doorloopt.

De logische vervolgvraag is of dit blijvend is. In het jaaroverzicht van Rossow en collega's uit 2013, waarin een natural bodybuilder zes maanden voorbereiding en zes maanden herstel na de wedstrijd werd gevolgd, zakten de hormoonwaarden en de ruststofwisseling tijdens de voorbereiding en liepen ze in de maanden na het podium terug naar het niveau van voor het dieet. Dat herstel kwam niet in de week na de wedstrijd op gang, maar over maanden, en het volgde op het weer structureel eten.

Wanneer je schildklierwaarden wel laat prikken

Een uitslag die niets betekent is duurder dan geen uitslag, want op een lage T3 wordt gehandeld. Dit zijn de momenten waarop een aanvraag wel iets oplevert.

  1. Voordat je dieet begint. Een nulmeting op onderhoud is de enige waarde die je later naast een uitslag uit een cut kunt leggen. Zonder die meting weet je bij een lage T3 niet of hij is gezakt of altijd laag stond.
  2. Enkele weken nadat je terug op onderhoud eet. Blijven de klachten dan staan, dan is het tekort niet meer de verklaring en is er een reden om verder te kijken.
  3. Bij klachten die niet bij een dieet horen. Een zwelling in je hals, slikklachten, hartkloppingen, ongewild gewichtsverlies of een beeld dat snel verergert hoort bij je huisarts en niet in een trainingslogboek.
  4. Vraag TSH en vrij T4 aan, in die volgorde. TSH is de gevoeligste eerste stap; vrij T4 geeft er de richting bij. Vrij T3 voegt bij deze vraag weinig toe, en reverse T3 hoort niet in een routineaanvraag omdat er geen behandelbeslissing aan hangt.
  5. Hetzelfde lab en hetzelfde tijdstip. TSH kent een dagritme met de hoogste waarden in de nacht en de vroege ochtend, en bepalingsmethoden verschillen onderling genoeg om bij een grenswaarde de conclusie te laten omslaan.

Welke waarden er verder in een bruikbaar panel horen en hoe je een afname plant, staat op onze pagina over bloedonderzoek voor sporters.

Wat je met deze uitslag niet doet

Schildklierhormoon is in Nederland een receptgeneesmiddel, en dat is het niet zonder reden. Het ingrijpen op een as die zichzelf regelt onderdrukt je eigen productie, en een te hoge belasting raakt je hartritme en je botdichtheid. Een lage T3 die uit een energietekort komt is geen indicatie voor een behandeling, en wat er bij een werkelijk trage schildklier nodig is, hoort bij een arts met je volledige uitslag ernaast. Daarom staan er in deze post geen middelen en geen doseringen.

Verlaag je inname ook niet verder op basis van deze uitslag. De verleiding is logisch: als je stofwisseling is gezakt, dan moet het tekort toch groter om hetzelfde resultaat te halen. Dat is de route naar een inname waarop je niet meer kunt trainen en waarop je gewicht alsnog stilstaat. De zuivere oplossing is de omgekeerde: een periode op onderhoud, waarin je verbruik terugveert en je trainingskwaliteit terugkomt, en daarna een tekort dat weer doet wat het hoort te doen.

En lees deze waarde niet los van de rest van je panel. Vermoeidheid in een cut heeft meestal een verklaring die eerder in de rij staat dan je schildklier: te weinig slaap, een trainingsvolume boven je herstel, of een lege ijzervoorraad. Dat laatste is met een normaal hemoglobine makkelijk te missen, en het is een bevinding waar wel iets aan te doen valt.

Een uitslag uit een lopend dieet die je niet kunt plaatsen?

Bij New Breed leggen we je bloedwerk naast je dieetfase, je trainingsbelasting en je logboek, en zeggen we welke waarden bij die fase horen en welke aandacht verdienen. Waar het medisch wordt, sturen we door.

Plan je intake

Bronnen

  1. Loucks AB, Heath EM. Induction of low-T3 syndrome in exercising women occurs at a threshold of energy availability. Am J Physiol. 1994;266(3 Pt 2):R817-R823. doi:10.1152/ajpregu.1994.266.3.R817
  2. Trexler ET, Smith-Ryan AE, Norton LE. Metabolic adaptation to weight loss: implications for the athlete. J Int Soc Sports Nutr. 2014;11:7. doi:10.1186/1550-2783-11-7
  3. Rossow LM, Fukuda DH, Fahs CA, Loenneke JP, Stout JR. Natural bodybuilding competition preparation and recovery: a 12-month case study. Int J Sports Physiol Perform. 2013;8(5):582-592. PMID 23412685

Over de auteur

Shandor de Prouw, Oprichter en hoofdcoach, New Breed Coaching. Meer over het team.