Trainingsplateau doorbreken: de vier cijfers die je eerst moet nalopen
Een trainingsplateau doorbreek je door eerst te meten waar het vastloopt. In vrijwel alle gevallen zit de oorzaak in een van vier cijfers: je wekelijkse volume per spiergroep, hoe dicht je bij falen traint, je rust tussen sets, en je herstel. Loop ze in die volgorde na. Pas als alle vier kloppen en je nog steeds stilstaat, is er reden om je schema te veranderen.
De meest gemaakte fout is de volgorde omdraaien. Iemand staat vier weken stil op bankdrukken, zoekt een nieuw programma, begint aan een andere splitsing, en heeft daarmee de enige twee dingen weggegooid die hem hadden kunnen vertellen wat er misging: zijn gegevens en zijn referentiepunt.
Eerst: sta je wel stil?
Een plateau is pas een plateau als je bij hetzelfde lichaamsgewicht en dezelfde inspanning drie tot vier weken geen enkele vooruitgang boekt in gewicht of herhalingen. Dat is strenger dan het klinkt. Twee slechte sessies zijn geen plateau. Een week waarin je slecht sliep is geen plateau.
Wat je nodig hebt om dat te kunnen zeggen is een logboek waarin per set staat: gewicht, herhalingen, en hoeveel herhalingen je nog in de tank had. Dat laatste getal heet RIR, herhalingen in reserve. Zonder die derde kolom kun je een set van 100 kilo voor 8 herhalingen op je tandvlees niet onderscheiden van dezelfde set met nog drie herhalingen over, terwijl dat twee volstrekt verschillende trainingsprikkels zijn.
Zet er een voortschrijdend gemiddelde over drie weken onder. Ruis verdwijnt, de lijn blijft. Bij de meeste atleten die bij ons binnenkomen met de klacht dat ze stilstaan, laat dat gemiddelde nog gewoon een stijging zien.
Cijfer 1: je wekelijkse volume per spiergroep
Volume is het aantal harde sets per spiergroep per week. De meta-analyse van Schoenfeld en collega's uit 2017 vond over 15 studies een duidelijke dosis-responsrelatie: groepen die tien of meer sets per spiergroep per week deden, boekten meer spiergroei dan groepen die daaronder zaten, en meer volume gaf binnen het onderzochte bereik meer resultaat.
Wat we in de praktijk zien. Bij nieuwe atleten in onze coaching ligt het werkelijke volume voor achterblijvende spiergroepen vaak rond de zes tot acht sets per week, terwijl het gevoel is dat er hard getraind wordt. De borst krijgt drie oefeningen op maandag en de rest van de week niets. Het probleem zit dan in de verdeling, niet in de inzet.
Tel het een week lang letterlijk. Alleen sets die binnen een paar herhalingen van falen eindigen tellen mee. Zit je onder de tien voor de spiergroep die stilstaat, dan heb je je antwoord en hoef je de rest van dit artikel niet te lezen. Voeg twee sets per week toe en meet vier weken. Hoe je dat opbouwt en waar je bovengrens ligt staat in hoeveel sets per spiergroep per week.
Hoe je dat volume over je week verdeelt staat in onze gids over trainingsschema's. De onderbouwing van waarom volume en belasting samen de motor van groei zijn, staat op de pagina over progressieve overload.
Cijfer 2: hoe dicht je bij falen traint
Hier zit de tweede grote groep plateaus. De meta-analyse van Refalo en collega's uit 2023 keek naar de invloed van afstand tot falen op spiergroei. Als het volume gelijk is, blijkt het verschil tussen tot falen gaan en enkele herhalingen overhouden klein. Wat wel telt is dat je binnen dat bereik komt. Sets die vier of vijf herhalingen voor falen stoppen leveren aantoonbaar minder op.
Praktisch: mik op 0 tot 3 herhalingen in reserve op je werksets. Voor grote samengestelde oefeningen als squat en deadlift is 1 tot 3 verstandiger, omdat de vermoeidheid die je daar oploopt de rest van je week beïnvloedt. Voor isolatiewerk mag je er tegenaan.
De inschatting zelf is een vaardigheid die je moet oefenen. Wie zijn RIR nooit heeft getoetst, schat structureel te hoog: hij denkt op 2 te zitten en heeft er in werkelijkheid nog 5 over. Test het eens per blok. Neem een isolatieoefening, doe een set tot je hem echt niet meer omhoog krijgt, en vergelijk dat aantal met wat je vooraf had voorspeld.
Het inschatten van je afstand tot falen en het opbouwen van volume staan met de onderliggende studies uitgewerkt in de New Breed Academy, inclusief een forum waar onze coaches meelezen.
Cijfer 3: je rust tussen sets
Dit is het cijfer dat het vaakst onbewust is verschoven. Wie druk is, kort zijn rust in zonder het te merken, en levert daarmee herhalingen in op de sets erna. Het overzicht van Grgic en collega's uit 2017 concludeerde dat langere pauzes tussen sets, boven de zestig seconden, gunstiger uitpakken voor spiergroei dan korte pauzes, waarschijnlijk doordat je bij korte rust simpelweg minder volume met een fatsoenlijke belasting kunt afwerken.
Neem twee tot drie minuten bij samengestelde oefeningen en anderhalf tot twee minuten bij isolatie. Zet een timer. Het gevoel dat je genoeg hebt uitgerust is bij vermoeidheid onbetrouwbaar.
Cijfer 4: je herstel
Training is de prikkel en herstel is waar de aanpassing plaatsvindt. Twee dingen bepalen het grootste deel van je herstelcapaciteit, en allebei zijn ze meetbaar.
Slaap. Kijk naar de vorige acht weken, niet naar gisteren. Structureel onder de zeven uur betekent dat je met een handicap traint die je met geen enkel schema oplost.
Energie-inname. Een plateau in de sportschool tijdens een periode waarin je gewicht al twee maanden gelijk blijft, is geen trainingsprobleem. Je vraagt je lichaam om weefsel bij te bouwen zonder het materiaal te leveren. Hoe je dat opzet staat in onze gids over voeding voor spiermassa.
Blijft je herstel achter terwijl je slaap en je energie-inname kloppen, dan is bloedonderzoek de volgende stap; wat je dan laat prikken staat in bloedwaarden bij bodybuilding.
Wat vaak wordt aangedragen en zelden werkt
Drie adviezen komen bij elk plateau voorbij. Ze zijn niet allemaal onzin, maar ze lossen zelden op wat er werkelijk aan de hand is.
Van programma wisselen. Een nieuw schema voelt als vooruitgang omdat de eerste weken alles nieuw is en je op elke oefening iets bijleert. Die winst is coördinatie en geen spiergroei. Vier weken later sta je op hetzelfde punt, met dit verschil: je logboek begint opnieuw en je referentiepunt is weg.
Constant van oefening wisselen om de spier te verrassen. Een spier heeft geen verrassing nodig, hij heeft een prikkel nodig die zwaarder is dan de vorige. Wissel je elke week van oefening, dan kun je die vergelijking niet meer maken, want je weet nooit of je zwaarder tilde of alleen een makkelijkere hoek pakte. Houd je hoofdoefeningen minstens acht tot twaalf weken staan. Wie dit doet om de spierpijn terug te krijgen jaagt op een gevoel dat niets over je prikkel zegt; dat staat uitgewerkt in is spierpijn nodig voor spiergroei.
Vaker trainen. Frequentie op zichzelf doet weinig; het is een manier om volume te verdelen. Ga je van twee naar drie sessies per week zonder dat het aantal sets omhoog gaat, dan doe je hetzelfde werk in kleinere porties. Dat helpt bij herstel en bij het aantal goede herhalingen per sessie, maar het is geen extra prikkel. Verhoog eerst het aantal sets en verdeel dat daarna over meer dagen als het per sessie te veel wordt.
Wanneer een deload op zijn plaats is
Een deload is nuttig wanneer meerdere signalen tegelijk optreden: je prestatie zakt over de hele linie, je slaapt slechter, je gewrichten zeuren en je zin om te trainen is weg. Verlaag dan een week lang je volume met ongeveer de helft en houd de belasting op zo'n 80 procent van je normale werkgewicht.
Een deload om de vier weken standaard inplannen kost je trainingstijd die je niet nodig had in te leveren. Plan hem op basis van wat je in je logboek ziet. De signalen waar je op wacht en hoe je de week invult staan in wanneer heb je een deload week nodig.
De volgorde is het hele punt
Volume, afstand tot falen, rust, herstel. Verander er één tegelijk en geef het vier weken. Wie alle vier tegelijk aanpast, weet over een maand wel of hij weer groeit, maar niet waardoor, en staat over een halfjaar bij het volgende plateau weer met lege handen.
Wil je dit niet zelf uitzoeken?
Bij New Breed doen we deze analyse op jouw logboek, met jouw cijfers erbij. Je krijgt te horen welk van de vier het is, wat we eraan veranderen en wanneer we opnieuw meten. Plan een vrijblijvend intakegesprek.
Bronnen
- Schoenfeld BJ, Ogborn D, Krieger JW. Dose-response relationship between weekly resistance training volume and increases in muscle mass: a systematic review and meta-analysis. J Sports Sci. 2017;35(11):1073-1082. PMID 27433992
- Refalo MC, Helms ER, Trexler ET, Hamilton DL, Fyfe JJ. Influence of resistance training proximity-to-failure on skeletal muscle hypertrophy: a systematic review with meta-analysis. Sports Med. 2023;53(3):649-665. PMID 36334240
- Grgic J, Lazinica B, Mikulic P, Krieger JW, Schoenfeld BJ. The effects of short versus long inter-set rest intervals in resistance training on measures of muscle hypertrophy: a systematic review. Eur J Sport Sci. 2017;17(8):983-993. PMID 28641044
Over de auteur
Shandor de Prouw, Oprichter en hoofdcoach, New Breed Coaching. Meer over het team.