Hoeveel sets per spiergroep per week heb je nodig voor spiergroei?

Shandor de Prouw6 min lezen

Voor de meeste getrainde atleten ligt het bereik waarin spiergroei gebeurt tussen de tien en twintig harde sets per spiergroep per week. Onder de tien laat je aantoonbaar resultaat liggen. Boven de twintig wordt het antwoord persoonlijk en hangt het af van je herstel. Het getal zelf is zelden het probleem; wat je meetelt als set is dat wel.

Zit je met een spiergroep die niet meebeweegt, dan is dit het eerste cijfer dat je natelt. Niet je oefeningkeuze, niet je splitsing, niet je tempo.

Wat telt als een set

Een harde set is een werkset die binnen ongeveer drie herhalingen van falen eindigt. Alles daarbuiten telt niet mee in dit getal.

Daarmee vallen er drie dingen af die veel mensen wel meerekenen. Opwarmsets tellen niet, ook niet de laatste opwarmset die al aardig zwaar voelde. Sets die je op gevoel afkapt terwijl er nog vier of vijf herhalingen in zaten tellen niet. En een oefening die de spiergroep alleen indirect belast telt hooguit half: je borstdrukken belast je triceps, maar niet zoals een tricepsoefening dat doet.

Wat we bij intakes zien. Vrijwel iedereen die zijn eigen volume opnoemt komt hoger uit dan het logboek laat zien. Het verschil zit meestal tussen een kwart en een derde, en de oorzaak is elke keer dezelfde: opwarmsets worden meegeteld en de laatste twee sets van een oefening eindigen verder van falen dan de eerste.

Tel daarom een week lang letterlijk mee, per spiergroep, met je logboek ernaast. Wat je uit je hoofd denkt te doen is geen meting.

Het getal, en waar het vandaan komt

De meta-analyse van Schoenfeld en collega's uit 2017 vergeleek over vijftien studies groepen die verschillende hoeveelheden sets deden. Er kwam een duidelijke dosis-responsrelatie uit: groepen op tien of meer sets per spiergroep per week boekten meer spiergroei dan groepen daaronder, en binnen het onderzochte bereik gaf meer volume meer resultaat.

Het overzicht van Baz-Valle en collega's uit 2022 keek specifiek naar getrainde mensen en kwam op een vergelijkbaar beeld. Twaalf tot twintig sets per week is waar de meeste studies met getrainde deelnemers hun beste uitkomsten laten zien.

Waarom er geen scherper getal is: het bereik verschilt per spiergroep, per oefening en per persoon. Je zijdelingse deltoideus herstelt sneller van vijftien sets dan je onderrug van vijftien sets deadlift. Neem tien als ondergrens en bouw omhoog op basis van wat je meet.

Hoe je die sets over je week verdeelt

Frequentie is een manier om volume te verdelen. Zestien sets voor je rug in één sessie levert minder op dan tweemaal acht, en de reden is praktisch: aan het eind van zestien sets zijn je laatste sets zoveel slechter dan je eerste dat ze nauwelijks nog een prikkel geven.

Een werkbare vuistregel is maximaal ongeveer tien harde sets voor één spiergroep in één sessie. Kom je daarboven, verdeel dan over twee dagen. Hoe je dat in een week past staat in onze gids over trainingsschema's.

Merk op dat het aantal sessies op zichzelf niets toevoegt. Ga je van twee naar drie keer per week trainen terwijl het totaal aantal sets gelijk blijft, dan heb je hetzelfde werk in kleinere porties gedaan. Dat helpt bij de kwaliteit per set en het is geen extra prikkel.

Een startpunt per spiergroep

Het bereik van tien tot twintig geldt niet voor elke spiergroep even hard. Grote spiergroepen worden door meerdere oefeningen tegelijk geraakt en tellen daardoor sneller op; kleine spiergroepen krijgen alleen wat je ze direct geeft. Dit is waar we bij nieuwe atleten mee beginnen:

SpiergroepDirecte setsWaar het al bij op telt
Borst10 tot 16drukoefeningen voor schouders
Rug12 tot 20alle trekoefeningen, deadlifts
Quadriceps10 tot 16squats, beenpers, uitvalspassen
Hamstrings8 tot 14deadlifts, goodmornings
Zijdelingse deltoideus10 tot 20weinig; vrijwel alles moet direct
Biceps8 tot 16alle trekoefeningen
Triceps8 tot 16alle drukoefeningen

De rechterkolom is de reden dat armen zelden het probleem zijn bij iemand die serieus drukt en trekt. Doe je twaalf sets rugwerk, dan hebben je biceps daar al een flinke prikkel uit gehad, en die tel je half mee. Je zijdelingse deltoideus krijgt van vrijwel niets iets mee en is daarom de spiergroep waar direct volume het meeste verschil maakt.

Begin onderaan het bereik. Bijna niemand die stilstaat heeft baat bij twintig sets vanaf morgen; die komt in week drie zijn herstel tegen en weet dan nog steeds niet welke hoeveelheid werkte.

Wanneer meer volume minder oplevert

De dosis-responsrelatie loopt niet oneindig door. Er komt een punt waarop extra sets je herstel opeten en je prestatie in de weken erna omlaag gaat. Dat punt herken je aan drie dingen tegelijk: je gewichten zakken over meerdere oefeningen, je slaapt slechter en je gewrichten gaan zeuren.

Dat punt ligt lager wanneer je in een calorietekort zit. Tijdens een cut is meer volume vrijwel altijd de verkeerde knop; daar houd je je volume gelijk en je belasting hoog om te behouden wat er staat.

Het ligt ook lager voor de grote samengestelde oefeningen. Twintig sets squat per week is voor bijna niemand houdbaar, terwijl twintig sets voor de biceps zelden een probleem is.

Kom je op dat punt, dan ga je niet meteen terug naar tien. Schakel een week terug in volume, laat de vermoeidheid wegzakken en bouw daarna op tot net onder het punt waar het misging. Wanneer zo'n week op zijn plaats is en hoe je hem invult staat in wanneer heb je een deload week nodig.

Let op wat je hierbij als signaal gebruikt. Spierpijn hoort er niet bij: die zegt vooral iets over hoe onbekend een oefening was en niets over of je volume klopt. De uitleg daarvan staat in is spierpijn nodig voor spiergroei.

Hoe je het opbouwt

Verander één ding tegelijk en meet vier weken. Concreet:

  1. Tel een week je huidige volume per spiergroep, alleen harde sets.
  2. Zit je onder de tien voor de spiergroep die stilstaat, voeg dan twee sets per week toe.
  3. Meet vier weken. Gaan je herhalingen of je gewichten omhoog bij gelijke inspanning, dan werkt het.
  4. Staat het na vier weken stil en is je herstel in orde, voeg dan nog twee sets toe.
  5. Zakt je prestatie, ga dan een stap terug. Dat is je bovengrens voor nu.

Ga je meer dan twee sets per keer omhoog, dan weet je over een maand wel of het werkte maar niet bij welke hoeveelheid. De onderbouwing van waarom belasting en volume samen de motor van groei zijn staat op onze pagina over progressieve overload. Staat het ondanks een correct volume stil, loop dan de andere drie cijfers na uit trainingsplateau doorbreken.

Wat dit getal niet oplost

Volume werkt alleen als de sets zwaar genoeg zijn en je genoeg eet. Twintig sets in een tekort van vijfhonderd calorieën leveren geen spiermassa op, hoe netjes je ook telt. En twintig sets die allemaal vijf herhalingen voor falen stoppen zijn in dit getal geen twintig sets.

Weten wat jouw getal is?

Bij New Breed tellen we je volume per spiergroep uit je eigen logboek en zetten we er een opbouw naast die bij je herstel past. Je hoort waar je nu zit, wat we veranderen en wanneer we opnieuw meten.

Plan je intake

Bronnen

  1. Schoenfeld BJ, Ogborn D, Krieger JW. Dose-response relationship between weekly resistance training volume and increases in muscle mass: a systematic review and meta-analysis. J Sports Sci. 2017;35(11):1073-1082. PMID 27433992
  2. Baz-Valle E, Balsalobre-Fernandez C, Alix-Fages C, Santos-Concejero J. A systematic review of the effects of different resistance training volumes on muscle hypertrophy. J Hum Kinet. 2022;81:199-210. PMID 35291645

Over de auteur

Shandor de Prouw, Oprichter en hoofdcoach, New Breed Coaching. Meer over het team.