Hematocriet te hoog als sporter: wanneer is het een meetfout en wanneer een bevinding?

Shandor de Prouw9 min lezen

Een hematocriet boven de bovengrens is bij een sporter in de meeste gevallen geen bevinding maar een omstandigheid: je prikte uitgedroogd, kort na een zware sessie, na de sauna of aan het eind van een cut. Je bloed bevat dan niet meer rode cellen, maar minder plasma, en het aandeel schuift omhoog. De eerste stap is daarom nooit ingrijpen maar opnieuw meten: 's ochtends, nuchter, goed gedronken, minstens 72 uur na je laatste zware training. Staat de waarde dan nog steeds boven de bovengrens, dan is er wel iets te verklaren, en dan gaat het gesprek over hoogte, slaapapneu, roken, longfunctie en het gebruik van middelen die de aanmaak van rode bloedcellen opdrijven. Dat gesprek voer je met een arts en niet met een coach.

Wat hematocriet meet

Hematocriet is het percentage van je bloedvolume dat uit rode bloedcellen bestaat. De rest is plasma: water, eiwitten, zouten. Het is dus een verhouding, en dat is precies waarom het getal zo makkelijk beweegt. Een breuk kan op twee manieren stijgen: de teller wordt groter, of de noemer wordt kleiner.

Die twee routes hebben niets met elkaar te maken. De teller groter maken betekent dat je beenmerg werkelijk meer rode cellen aanmaakt, meestal omdat er ergens een zuurstoftekort wordt gesignaleerd of omdat er iets de aanmaak aanjaagt. De noemer kleiner maken betekent alleen dat je minder vocht in je bloedvaten hebt. Op de uitslag zien ze er hetzelfde uit. Zonder de omstandigheden waarin je prikte is een hoge hematocriet daarom niet te lezen.

De eerste verklaring: je meet je vochtstatus

Hemoconcentratie is het woord voor een bloedmonster waarin het plasma is ingedikt. Het gebeurt bij vochtverlies via zweet, bij een lage vochtinname, na alcohol, na een sauna, en bij inspanning zelf. Tijdens een zware sessie verschuift er vocht uit het bloedvat naar het spierweefsel, en dat effect is niet klein.

Kargotich en collega's brachten in 1998 in Sports Medicine bij elkaar wat die verschuiving met bloedwaarden doet. Hun conclusie voor iedereen die atleten volgt: een verandering in plasmavolume verandert de gemeten concentratie van vrijwel alles in het bloed, en wie dat niet meeneemt schrijft een stijging toe aan training terwijl er alleen water is verplaatst. Hematocriet is daarbij een van de gevoeligste waarden, want die is per definitie een verhouding tussen cellen en plasma.

Praktisch betekent dit dat prikken na een zware beensessie, na een lange fietsrit of op de ochtend na een avond alcohol een hematocriet oplevert die niet van jou is maar van je week. Datzelfde geldt voor de laatste weken van een streng dieet, wanneer je vochtinname en je zoutinname allebei lager liggen dan normaal.

Wat we bij intakes zien. Van de atleten die bij ons binnenkomen met een hematocriet boven de bovengrens zit bij ruwweg twee op de drie de verklaring in de meting zelf: geprikt binnen 48 uur na een zware sessie, geprikt na een sauna of cardio op nuchtere maag, of geprikt in een periode waarin ze bewust droog stonden. Bij herhaling onder nette omstandigheden zakt de waarde bij het grootste deel van hen terug binnen het bereik. De groep die er dan nog boven blijft staan is klein, en juist die groep heeft iets te onderzoeken.

De tweede verklaring: getraind bloed is meestal dunner, niet dikker

Er is een tegenovergesteld effect dat de meeste mensen niet kennen, en dat verklaart waarom een hoge hematocriet bij een goed getrainde sporter opvalt. Duurtraining vergroot je plasmavolume. Convertino beschreef in 1991 hoe dat werkt: binnen dagen na het opvoeren van de trainingsbelasting houdt het lichaam meer eiwit en meer natrium in de bloedbaan vast, trekt daar water bij aan en vergroot zo het circulerende volume. Het aantal rode bloedcellen stijgt ook, maar langzamer en minder sterk.

Het gevolg is een hematocriet die eerder daalt dan stijgt. Bij duursporters heet dat verschijnsel sportanemie, wat een ongelukkige naam is: er is geen tekort aan rode cellen, er is meer plasma. De totale zuurstofcapaciteit is hoger dan bij een ongetraind persoon, terwijl het percentage op de uitslag lager staat.

Krachtsporters trainen minder lang aaneengesloten en verliezen die verdunning grotendeels, waardoor ze dichter bij de bevolkingswaarden zitten. Zie je bij iemand die serieus traint toch een hematocriet die over meerdere metingen boven de bovengrens blijft staan, dan werkt de aanpassing die je zou verwachten in de andere richting, en is er dus iets dat harder duwt.

De derde verklaring: er worden werkelijk meer rode cellen gemaakt

Blijft de waarde staan onder nette meetomstandigheden, dan gaat het over de aanmaak. De oorzaken vallen in twee groepen.

De eerste groep is een zuurstoftekort dat je lichaam netjes probeert op te lossen. Verblijf op hoogte, chronische longziekte, zwaar roken en onbehandelde slaapapneu horen hier. Slaapapneu is bij zware, gespierde mannen met een dikke nek de meest gemiste van dit rijtje: de zuurstofverzadiging zakt 's nachts herhaaldelijk weg, het lichaam reageert met meer aanmaak van rode cellen, en de enige zichtbare sporen overdag zijn slechte slaapkwaliteit, hoofdpijn in de ochtend en een uitslag die niemand kan plaatsen. Snurken en een partner die vertelt dat je ademstops hebt zijn in dat geval belangrijkere informatie dan het getal zelf.

De tweede groep is een aanmaak die van buitenaf wordt opgedreven. Androgenen doen dat, en het mechanisme is uitgezocht. Bachman en collega's lieten in 2014 zien dat testosteron de aanmaak van rode bloedcellen langs twee kanten stimuleert: het verhoogt de hoeveelheid erytropoëtine ten opzichte van het hemoglobinegehalte, en het onderdrukt hepcidine, waardoor er meer ijzer beschikbaar komt voor het beenmerg. Het lichaam verschuift daarmee zijn instelpunt: het gedraagt zich alsof een hoger hemoglobine normaal is. Dat is geen bijwerking die na een paar weken went, het is de nieuwe stand.

Daarom is hematocriet de waarde die bij het gebruik van prestatiebevorderende middelen als eerste verandert en het meest wordt onderschat. Wat er verder in het lichaam gebeurt, zonder schema's en zonder aanbevelingen, staat op onze pagina over anabolen en gezondheid.

Verder leren

Hoe je hematocriet samen met hemoglobine, ferritine en hs-CRP leest, en waar de grens ligt tussen meetruis en een echte bevinding, staat met de onderliggende studies uitgewerkt in de New Breed Academy, inclusief een forum waar onze coaches meelezen.

Waarom een hoge hematocriet er werkelijk toe doet

Meer rode cellen in hetzelfde volume betekent dikker bloed. Dikker bloed stroomt trager door de kleinste vaten en belast het hart zwaarder, en de stollingskans neemt toe. Dat is geen theoretisch bezwaar. Danesh en collega's brachten in 2000 in de European Heart Journal de langlopende bevolkingsonderzoeken samen die hematocriet, bloedviscositeit en bezinking aan hartziekte koppelen; over die onderzoeken heen lag het risico op coronaire hartziekte bij de mensen met de hoogste hematocriet hoger dan bij de laagste, en voor viscositeit was het verband sterker dan voor hematocriet alleen.

Waar de grens ligt is geen kwestie van smaak. De richtlijn van de Endocrine Society uit 2018 gebruikt bij mannen die testosteron voorgeschreven krijgen een hematocriet van 54 procent als het punt waarop de behandeling wordt heroverwogen en de oorzaak wordt uitgezocht. Dat getal is niet als sportadvies bedoeld, maar het is wel de drempel waarmee artsen werken, en het is nuttig om te weten waar de discussie ergens over gaat. Onder de bovengrens van je lab is er niets aan de hand; tussen de bovengrens en die drempel is er iets te verklaren; erboven is het een medisch onderwerp.

Meet zo dat het getal iets betekent

De helft van alle discussies over hematocriet verdwijnt bij een tweede meting onder nette omstandigheden. Houd deze aan, elke keer.

  1. Minstens 72 uur na je laatste zware sessie. Dezelfde eis die voor CK en ASAT geldt, en om dezelfde reden.
  2. Goed gedronken, twee dagen op rij. Niet alleen de ochtend zelf. Een tekort van een dag ervoor zit nog in je plasmavolume.
  3. 's Ochtends, nuchter, en elke keer rond hetzelfde tijdstip. Je plasmavolume kent een dagritme.
  4. Geen sauna, geen zware cardio en geen alcohol in de 48 uur ervoor.
  5. Niet in de laatste weken van een streng dieet, tenzij je juist wil weten wat het dieet met je waarden doet. Vergelijk die uitslag dan alleen met een andere uitslag uit dezelfde fase.
  6. Hetzelfde lab. Bovengrenzen verschillen per lab en per meetmethode, en bij een verhouding telt dat verschil dubbel.

Prik hemoglobine, erytrocyten en ferritine in dezelfde afname mee. Bewegen hemoglobine en hematocriet samen omhoog terwijl je ferritine juist laag staat, dan is dat een ander verhaal dan wanneer alles in verhouding stijgt. Welke waarden er verder in een bruikbaar panel horen staat in bloedwaarden bij bodybuilding, en de volledige uitleg per waarde op onze pagina over bloedonderzoek voor sporters.

Wat je zelf doet en wat bij een arts hoort

Zelf doe je drie dingen. Je herhaalt de meting onder de omstandigheden hierboven. Je zorgt dat je vochtinname op orde is, ook op rustdagen en zeker rond de prik. En je noteert wat er in de weken ervoor speelde: trainingsbelasting, dieetfase, hoogte, slaapkwaliteit, roken.

Daarna houdt het op. Blijft de waarde staan, dan hoort er een arts naar te kijken, en die kijkt naar meer dan het percentage: erytropoëtine, zuurstofverzadiging, longfunctie, en bij twijfel een slaaponderzoek. Wat er vervolgens gebeurt, van het wegnemen van de oorzaak tot het afnemen van bloed, is een medische afweging waar wij ons niet in mengen. Zelf bloed laten aftappen zonder diagnose is geen oplossing maar het wegpoetsen van het enige signaal dat je had, en het kost je bovendien ijzer.

Wat hematocriet niet is

Het is geen prestatiemeter. Een hogere hematocriet betekent niet dat je meer zuurstof vervoert; bij duursporters gaat een lagere waarde juist samen met een grotere totale capaciteit, omdat het plasmavolume is meegegroeid. Wie zijn hematocriet als trainingsdoel behandelt heeft de verhouding voor de inhoud aangezien.

Het is ook geen herstelmarker. Hoe je herstelt lees je af aan je logboek, je gewicht, je slaap en je zin om te trainen, en pas daarna aan bloedwaarden. Sta je stil in je progressie, dan loop je eerst de trainingscijfers na uit trainingsplateau doorbreken voordat je een uitslag de schuld geeft.

En het is geen los getal. Eén hematocriet zegt weinig; drie metingen over anderhalf jaar onder gelijke omstandigheden laten een lijn zien, en die lijn is de informatie. Dat is de reden om twee keer per jaar te prikken ook wanneer er niets aan de hand is: je legt de basislijn aan die je nodig hebt op de dag dat er wel iets is.

Een uitslag die je niet kunt plaatsen?

Bij New Breed leggen we je bloedwerk naast je trainingsbelasting, je dieetfase en je logboek, en zeggen we welke waarden bij jouw situatie horen en welke aandacht verdienen. Waar het medisch wordt, sturen we door.

Plan je intake

Bronnen

  1. Kargotich S, Goodman C, Keast D, Morton AR. The influence of exercise-induced plasma volume changes on the interpretation of biochemical parameters used for monitoring exercise, training and sport. Sports Med. 1998;26(2):101-117. PMID 9777683
  2. Convertino VA. Blood volume: its adaptation to endurance training. Med Sci Sports Exerc. 1991;23(12). PMID 1798375
  3. Bachman E, Travison TG, Basaria S, et al. Testosterone induces erythrocytosis via increased erythropoietin and suppressed hepcidin: evidence for a new erythropoietin/hemoglobin set point. J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2014;69(6):725-735. PMID 24158761
  4. Bhasin S, Brito JP, Cunningham GR, et al. Testosterone therapy in men with hypogonadism: an Endocrine Society clinical practice guideline. J Clin Endocrinol Metab. 2018;103(5):1715-1744. PMID 29562364
  5. Danesh J, Collins R, Peto R, Lowe GD. Haematocrit, viscosity, erythrocyte sedimentation rate: meta-analyses of prospective studies of coronary heart disease. Eur Heart J. 2000;21(7):515-520. DOI 10.1053/euhj.1999.1699

Over de auteur

Shandor de Prouw, Oprichter en hoofdcoach, New Breed Coaching. Meer over het team.